Satchellius mammalis (Savigny, 1826)

Kleine boomworm

Koen Lock

Kenmerken

De kleine boomworm heeft een sterk blinkende paarse voorkant en een blekere achterkant. De staartpunt is geregeld licht gelig. Conform zijn naam is de kleine boomworm niet groot: volwassen individuen worden tussen de 2,4 en 4,1 cm lang. Van de in totaal 83-100 segmenten bevindt het zadel (clitellum) zich op segmenten 31-36. Het ovale tubercula pubertatis is te vinden op segmenten 33-34. De mannelijke porie is zeer groot en daarom kenmerkend. De kop is epiloob en de haren (setae) zijn ongepaard.

Verspreiding en habitat

Komt van nature voor in West-Europa.

In België zeldzaam. Voornamelijk ondergronds te vinden, maar ook onder boomstammen en stenen. Komt voor in grasland, open bos en tuinen waar meestal een hoge hoeveelheid organisch materiaal aanwezig is. Nooit te vinden in grote dichtheden, waardoor deze soort niet geregeld gezien wordt.

Buyck et al. (2026)

Bronnen

Buyck E., De Smedt P., Sanczuk P., Bracke J., Cottyn C., Desie E., De Vos B., Lock K., Magr L., Moereels L., Muys B., Soors J., Dehon F., Schelfhout S. (2026). The Belgian Earthworm Atlas: Updating a national inventory of earthworm diversity since Bouché (1978). [Manuscript in voorbereiding].

Krediet A. (2020) De Nederlandse Regenwormen. Jeugdbondsuitgeverij

Sims, R. W., & Gerard, B. M. (1999). Earthworms: Notes for the identification of British species. Linnean Society of London and the Estuarine and Coastal Sciences Association.