Proctodrilus antipai (Michaelsen, 1891)
Kenmerken
Een soort met over het algemeen een grauwe kleur. De voorkant heeft een witte of lichtroze punt. Volwassen individuen worden 5-9 cm lang en bezitten 100-130 segmenten. Het zadel (clitellum) is gelegen op segmenten 26-33 en het tubercula pubertatis bestaat uit grote bobbels midden op segmenten 30-31. De kop is epiloob en de haren (setae) zijn gepaard.
Verspreiding en habitat
In België zeer zeldzaam met maar één waarneming ten zuidoosten van Brussel. Lijkt het meest voor te komen in zware klei in of net boven een overstromingsgebied van een waterloop.
Buyck et al. (2026)
Bronnen
Buyck E., De Smedt P., Sanczuk P., Bracke J., Cottyn C., Desie E., De Vos B., Lock K., Magr L., Moereels L., Muys B., Soors J., Dehon F., Schelfhout S. (2026). The Belgian Earthworm Atlas: Updating a national inventory of earthworm diversity since Bouché (1978). [Manuscript in voorbereiding].
Krediet A. (2020) De Nederlandse Regenwormen. Jeugdbondsuitgeverij