Octolasion tyrtaeum (Savigny, 1826)

Kenmerken

Een soort met witgrijze tot blauwe kleur. Soms roze of bruin gekleurd. Naast een variatie in kleuren is er ook variatie in lengte dat adulte exemplaren bereiken: 3,5-16 cm. Van de in totaal 100-135 segmenten bevinden zowel het zadel (clitellum) als het bandvormige tubercula pubertatis zich op segmenten 30-35. De kop is epiloob en de haren (setae) zijn niet gepaard.

Lijkt sterk op Octolasion lacteum, maar deze heeft een tp van segment 31-34 in plaats van 30-35. Ook heeft O. lacteum geen zwellingen rond de setae a & b van segment 12, waar O. tyrtaeum dit wel heeft.

Verspreiding en habitat

Komt voor in Zuid- en West-Europa, het Midden-Oosten en het overgrote deel van Noord-Amerika. De soort is ook als exoot opgedoken in Zuid-Afrika, India en Australië.

In België algemeen. Te vinden onder stenen, stammen, in strooisellagen of composthopen in weilanden, akkers en tuinen.

Buyck et al. (2026)

Bronnen

Buyck E., De Smedt P., Sanczuk P., Bracke J., Cottyn C., Desie E., De Vos B., Lock K., Magr L., Moereels L., Muys B., Soors J., Dehon F., Schelfhout S. (2026). The Belgian Earthworm Atlas: Updating a national inventory of earthworm diversity since Bouché (1978). [Manuscript in voorbereiding].

Sims, R. W., & Gerard, B. M. (1999). Earthworms: Notes for the identification of British species. Linnean Society of London and the Estuarine and Coastal Sciences Association.