Octolasion cyaneum (Savigny, 1826)
Gewone geelstaartworm
Kenmerken
De gewone geelstaartworm heeft een roze voorkant met een gele ring. De staartpunt is ook sterk afgetekend geel. Achter het zadel (clitellum) heeft het lichaam een grijze kleur met paarsige tint. Volwassen individuen worden tussen de 5 en 18 cm lang en bezitten 90-165 segmenten. Op segmenten 29-34 bevindt zich het clitellum, waarbinnen ook het bandvormige tubercula pubertatis te vinden is: (29)30-33(34). De kop is epiloob en de haren (setae) zijn ongepaard.
Verspreiding en habitat
Komt van nature voor in van Europa, met de grootste abundanties in het noordwesten. Als exoot aanwezig in de Verenigde Staten, Canada, Mexico, het zuiden van Zuid-Amerika, maar ook India, Pakistan en Australazië.
In België algemeen en over het hele land te vinden, maar nooit abundant. Leeft voornamelijk ondergronds in vochtige, basische gronden van klei en löss in graslanden, maar ook in vochtige bossen, tuinen en akkers.
Buyck et al. (2026)
Bronnen
Buyck E., De Smedt P., Sanczuk P., Bracke J., Cottyn C., Desie E., De Vos B., Lock K., Magr L., Moereels L., Muys B., Soors J., Dehon F., Schelfhout S. (2026). The Belgian Earthworm Atlas: Updating a national inventory of earthworm diversity since Bouché (1978). [Manuscript in voorbereiding].
Krediet A. (2020) De Nederlandse Regenwormen. Jeugdbondsuitgeverij
Sims, R. W., & Gerard, B. M. (1999). Earthworms: Notes for the identification of British species. Linnean Society of London and the Estuarine and Coastal Sciences Association.