Lumbricus rubellus (Hoffmeister, 1843)

Gewone blauwkopworm

Koen Lock

Kenmerken

De gewone blauwkopworm heeft een donkere-roodpaarsige voorkant en een bleke of donkere achterkant. De staart is spatelvormig afgeplat, wat vooral tijdens het bewegen merkbaar is. Een volwassen exemplaar kan 6 tot 13 cm lang worden en bezit 101-119 segmenten. Het zadel (clitellum) beslaat minstens 5 ringen: (26)27-31(32). Het tubercula pubertatis is op dezelfde ringen te vinden: (27)28-31(32). De mannelijke porie is klein. De kop is tanyloob en de haren (setae) zijn gepaard.

Verspreiding en habitat

Momenteel aanwezig in het Holarctische gebied. Als exoot ook al waargenomen in India, Zuid-Afirka en Nieuw-Zeeland.

In België zeer algemeen en overal in het land te vinden. Zowel ondergronds als bovengronds te vinden in verschillende soorten habitats waar het vochtig is en er een hoge hoeveelheid organisch materiaal aanwezig is.

Buyck et al. (2026)

Bronnen

Buyck E., De Smedt P., Sanczuk P., Bracke J., Cottyn C., Desie E., De Vos B., Lock K., Magr L., Moereels L., Muys B., Soors J., Dehon F., Schelfhout S. (2026). The Belgian Earthworm Atlas: Updating a national inventory of earthworm diversity since Bouché (1978). [Manuscript in voorbereiding].

Krediet A. (2020) De Nederlandse Regenwormen. Jeugdbondsuitgeverij

Sims, R. W., & Gerard, B. M. (1999). Earthworms: Notes for the identification of British species. Linnean Society of London and the Estuarine and Coastal Sciences Association.