Lumbricus festivus (Savigny, 1826)

Kenmerken

Een donkergekleurde soort met een lichaamslengte tussen de 5 en 11 cm. Van de 100-120 segmenten is het zadel (clitellum) gelegen op segmenten (33)34-40. Het bandvormige tubercula pubertatis is gelegen op segmenten 35-38. De mannelijke porie is opvallend groot en wit. De kop is tanyloob en de haren (setae) zijn gepaard.

Verspreiding en habitat

Komt inheems voor in West-Europa.

In België zeer zeldzaam, slechts enkele keren gevonden in het zuid-westen. Voornamelijk in graslanden die zeer voedselrijk zijn. Door bemesting zijn deze bodems vaak vochtig en zuur.

Buyck et al. (2026)

Bronnen

Buyck E., De Smedt P., Sanczuk P., Bracke J., Cottyn C., Desie E., De Vos B., Lock K., Magr L., Moereels L., Muys B., Soors J., Dehon F., Schelfhout S. (2026). The Belgian Earthworm Atlas: Updating a national inventory of earthworm diversity since Bouché (1978). [Manuscript in voorbereiding].

Krediet A. (2020) De Nederlandse Regenwormen. Jeugdbondsuitgeverij

Sims, R. W., & Gerard, B. M. (1999). Earthworms: Notes for the identification of British species. Linnean Society of London and the Estuarine and Coastal Sciences Association.