Bimastos rubidus (Savigny, 1826)
Bosstrooiselworm
Kenmerken
De bosstrooiselworm is een soort met een rood-paarse tot donkerrode voorkant en een blekere of ook rode achterkant. De staartpunt is meestal licht geel. Volwassen individuen kunnen 2 tot 10 cm lang worden en bezitten tussen de 50 en 120 segmenten. Het zadel (clitellum) strekt zich uit over minstens 4 segmenten: (26)27-31(32). Het tubercula pubertatis is bandvormig en te vinden op segmenten 29-30. De kop is epiloob en haren (setae) zijn ongepaard.
Verspreiding en habitat
De noordelijke grens van het verspreidingsgebied gaat van het westen van Siberië tot het oosten van de Verenigde Staten. De soort komt zuidelijker voor tot het noorden van Afrika en Mexico. Ondertussen als exoot waargenomen in India, Australazië, Centraal- en Zuid-Amerika.
Algemeen in België. Typische strooiselworm, die je bovengronds kan gaan zoeken in verschillende niet-droge habitats en bodemtexturen.
Buyck et al. (2026)
Bronnen
Buyck E., De Smedt P., Sanczuk P., Bracke J., Cottyn C., Desie E., De Vos B., Lock K., Magr L., Moereels L., Muys B., Soors J., Dehon F., Schelfhout S. (2026). The Belgian Earthworm Atlas: Updating a national inventory of earthworm diversity since Bouché (1978). [Manuscript in voorbereiding].
Krediet A. (2020) De Nederlandse Regenwormen. Jeugdbondsuitgeverij
Sims, R. W., & Gerard, B. M. (1999). Earthworms: Notes for the identification of British species. Linnean Society of London and the Estuarine and Coastal Sciences Association.