Bimastos eiseni (Levinsen, 1884)

Veenstrooiselworm

Koen Lock

Kenmerken

Meestal geheel donkerrood met een gele staartpunt. 3-6,5 cm lang met 70-115 segmenten. Spartelt sterk bij aanraking. Het zadel (clitellum) bevindt zich op segmenten 24-32(33). Het tubercula pubertatis is afwezig. De kop is tanyloob en de haren (setae) zijn gepaard.

Verspreiding en habitat

Wijdverspreid in West-Europa.

Algemeen in Vlaanderen. Vooral te vinden in (oude) bossen op zandgronden en duinbossen. Strooiselworm, te vinden achter schors, onder boomstammen en tussen strooisel. Voornamelijk in koude maanden te vinden, waar deze soort vaak in bomen klimt tijdens vochtig weer.

Buyck et al. (2026)

Bronnen

Buyck E., De Smedt P., Sanczuk P., Bracke J., Cottyn C., Desie E., De Vos B., Lock K., Magr L., Moereels L., Muys B., Soors J., Dehon F., Schelfhout S. (2026). The Belgian Earthworm Atlas: Updating a national inventory of earthworm diversity since Bouché (1978). [Manuscript in voorbereiding].

Krediet A. (2020) De Nederlandse Regenwormen. Jeugdbondsuitgeverij

Sims, R. W., & Gerard, B. M. (1999). Earthworms: Notes for the identification of British species. Linnean Society of London and the Estuarine and Coastal Sciences Association.