Aporrectodea limicola (Michaelsen, 1890)
Watergrauwworm
Kenmerken
De voorkant bestaat vaak uit drie kleuren: roze, witgeel en grijsblauw. Rest van het lichaam eerder grijs met soms een gele staartpunt. De soort kan tussen de 4 en 10 cm lang worden en bestaan uit 86-146 segmenten. De voorste segmenten kunnen opgeblazen zijn. Het zadel (clitellum) ligt op segmenten (28)29-35(36). Het tubercula pubertatis bestaat uit 2 smalle bobbels op segmenten 33 en 34. Kop is epiloob en haren (setae) zijn gepaard.
Verspreiding en habitat
Voorkomend in West-Europa. Als Exoot in de Verenigde Staten.
Zeldzaam in België met de meeste waarnemingen In West- en Oost Vlaanderen. Vooral in vochtige bodems, waaronder graslanden langs beken, veen, moeraslangs stromend water, greppels en natte bossen.
Buyck et al. (2026)
Bronnen
Buyck E., De Smedt P., Sanczuk P., Bracke J., Cottyn C., Desie E., De Vos B., Lock K., Magr L., Moereels L., Muys B., Soors J., Dehon F., Schelfhout S. (2026). The Belgian Earthworm Atlas: Updating a national inventory of earthworm diversity since Bouché (1978). [Manuscript in voorbereiding].
Krediet A. (2020) De Nederlandse Regenwormen. Jeugdbondsuitgeverij
Sims, R. W., & Gerard, B. M. (1999). Earthworms: Notes for the identification of British species. Linnean Society of London and the Estuarine and Coastal Sciences Association.