Aporrectodea icterica (Savigny, 1826)

Boomgaardgrauwworm

Kenmerken

De voorkant eindigt meestal paars met een gele ring. De achterkant is eerder groen in een opvallend vlekkerig patroon. Grauwe individuen komen ook voor. Naast de kleur is ook de lengte variabel: 5-14 cm. Het lichaam bestaat uit 150-170 segmenten, met het zadel (clitellum) op segmenten (32)34-43(44). Het tubercula pubertatis bestaat uit een lange, bobbelige band over de segmenten (35)36-42(43). Kop is epiloob en de haren (setae) zijn gepaard.

Verspreiding en habitat

Komt voor in West-Europa. Als exoot in Verenigde Staten en Canada.

Zeldzaam in België. Gevonden op verspreide locaties in het land.

Leeft uitsluitend ondergronds in vaak door de mens gecreëerde habitats: graslanden, boomgaarden, tuinen en parken. Lijkt vooral op klei- en lössgrond voor te komen.

Buyck et al. (2026)

Bronnen

Buyck E., De Smedt P., Sanczuk P., Bracke J., Cottyn C., Desie E., De Vos B., Lock K., Magr L., Moereels L., Muys B., Soors J., Dehon F., Schelfhout S. (2026). The Belgian Earthworm Atlas: Updating a national inventory of earthworm diversity since Bouché (1978). [Manuscript in voorbereiding].

Krediet A. (2020) De Nederlandse Regenwormen. Jeugdbondsuitgeverij

Sims, R. W., & Gerard, B. M. (1999). Earthworms: Notes for the identification of British species. Linnean Society of London and the Estuarine and Coastal Sciences Association.